Is de betaalbare sportcoupé dood? Niet als je ’t aan Honda vraagt. Zij hebben namelijk een compleet nieuwe Prelude en dat is niets minder dan de enige coupé van minder dan 50.000 euro die in het afgelopen jaar op de markt kwam… Maar is dat ook een interessante toevoeging aan die markt?
Pros
- Heerlijke coupélijnen
- Balans tussen sportiviteit en comfort
- Zuinige hybride aandrijflijn
Cons
- Onpraktische instap achterin
- Iéts meer vermogen was leuk geweest
- Hoge basisprijs (maar veel basisuitrusting)
Wat is dit?
We snappen waarom je dat vraagt, want iets zoals dit heb je waarschijnlijk al even niet meer gezien. Dit is een traditionele coupé, getuige zijn schuin aflopende daklijn en zijn gebrek aan achterportieren. Daarvoor haalt Honda dan ook een traditionele naam vanonder het stof want na net geen 25 jaar afwezigheid keert de Prelude terug. Kan deze nieuwkomer de schoenen van zijn vijf voorgangers vullen?
Bescheiden sportiviteit
Smaken verschillen, maar qua looks kan je er alvast niet naast kijken. Dat kan eraan liggen dat sportcoupés tegenwoordig zeldzamer zijn dan dagen zonder file, maar wij vinden dit ook gewoon een heerlijk gebalanceerde verschijning. Z’n vlijmscherpe snuit, lage silhouet en langgerekte achtersteven geven de Prelude een opvallende présence zonder daarvoor te moeten grijpen naar overdadige spoilers, agressieve bumpers of zelfs een veelvoud aan glimmende uitlaatpijpjes. Er zijn zelfs geen uitlaatpijpjes, en toch begrijp je meteen dat je naar een sportieve auto kijkt.

Daardoor zou je bijna gaan vergeten waar deze Prelude zijn genen mee deelt want stiekem staat hij op dezelfde basis als de Honda Civic. Die basis werd dan wel flink verkort want tussen de voor- en achteras zitten 13 centimeters minder. Dat is trouwens allesbehalve het enige verschil want de neus is compleet anders met eigen lichtunits en een gek, golvend grilletje. Achteraan krijgt de Prelude zelfs een doorlopende LED-balk en een volwaardige derde deur als kofferklep, wat ‘m trouwens handiger maakt dan de vorige Preludes.
Trager dan de Civic — wacht, wat?
Eens je in de technische gegevens duikt, zijn de verschillen met de gewone Civic echter kleiner — of toch op het eerste gezicht. Zo krijgt elke Prelude dezelfde hybride aandrijflijn als de Civic e:HEV dus reken op de combinatie van een 2.0-liter benzinemotor en een elektromotor. Die eerste werkt volgens de Atkonson-cyclus en hoest tot 143 pk op maar in de meeste gevallen zorgt de elektromotor voor de aandrijving, en die produceert 184 pk en 315 Nm koppel. Dat zijn dan ook de cijfers die je rechtstreeks op de voorwielen krijgt.

Leg je die cijfers echter naast die van de Civic e:HEV, dan merk je meteen dat ze identiek zijn. Sterker nog: op papier is de Prelude zowaar trager dan zijn nochtans civielere broertje, of toch als je naar de 0-naar-100-tijd kijkt. Daar doet de coupé namelijk 8,2 seconden over, wat op zich al niet heel sportwagenwaardig klinkt maar des te pijnlijker wordt als je weet dat een Civic e:HEV datzelfde sprintje afwerkt in 7,8 seconden. Gelukkig is er echter een reden waarom de Prelude op papier trager is, en dat is wat ons betreft een goeie reden.
Extra portie beleving
Die reden luistert naar de naam ’S+’. Dat is een extra rijmodus die de Prelude wel heeft en de Civic niet, en in die rijmodus bootst de anders traploze automaat een versnellingsbak met dubbele koppeling na. Het resultaat is acht gesimuleerde verzetten waartussen je desgewenst zelf kan schakelen door middel van de pedaaltjes achter het stuur — die trouwens gemaakt zijn uit kwalitatief aanvoelend metaal. Het feit dat de versnellingsbak hier zijn toeren geleidelijker opbouwt, betekent dat je wat snelheid verliest… Maar je krijgt er wel extra beleving voor in ruil.

Het mag dan stiekem fake zijn, maar dat valt er eigenlijk amper aan te merken. De transmissie reageert onmiddellijk wanneer je aan één van die pedaaltjes trekt — sneller dan we van menig échte automaat gewend zijn — en de vermogensopbouw is mooi natuurlijk. Die modus lost trouwens meteen één van onze klachten van de Civic op want daar had de aandrijflijn bij sportief rijgedrag soms iets te veel bedenktijd nodig. De Prelude schakelt in z’n S+-stand echter onmiddellijk terug wanneer je het gaspedaal vloert bij het uitkomen van de bocht, en trakteert je op die 315 Nm aan instant koppel van de elektromotor.
Vleugje Type R
Dat gezegd zijnde, kunnen we er nog steeds niet om heen dat 184 pk best bescheiden is voor een sportcoupé. Bovendien ontbreekt de auditieve beleving ook een beetje want de tijden van Honda’s hoogtoerige V-TEC-viercilinders liggen natuurlijk ook al lang achter ons. Gelukkig heeft de Prelude echter nog een troef achter de hand. Zo leent hij zijn stuurinrichting, zijn adaptieve dempers en zijn Brembo-remmen van de Civic Type R — je weet wel: de sportversie die tot voor kort het ronderecord voor voorwielaandrijvers op de Nürburgring in handen had.

Het resultaat is dat het rijgedrag zonder enige twijfel het meest indrukwekkende kenmerk van deze Prelude is. Zo stuurt hij in z’n sportstand heerlijk precies de bocht in zonder dat de besturing kunstmatig zwaar wordt gemaakt. In die sportstand worden de dempers trouwens een stuk stugger en combineer dat met zijn verkorte wielbasis, en op een bochtig weggetje zouden we bijna van een lichtvoetige sportwagen durven spreken. In de comfortstand zijn die dempers dan weer zachter dan die van de gewone Civic en de GT-rijmodus zoekt zo’n beetje het midden tussen sportiviteit en bruikbaarheid.
Met gemak de zuinigste sportwagen
Wij reden onze Prelude dus het vaakst in de GT-modus met de S+-knop ingedrukt, want zelfs bij rustig rijgedrag voelen die gesimuleerde schakelmomenten lekker natuurlijk aan. We merkten wel dat het verbruik in die modus ietwat naar boven gaat, al konden we over ons gemiddelde van 5,6 l/100 km nog steeds allesbehalve klagen. Dat maakt er trouwens met enig gemak de zuinigste sportwagen op de markt van en met een koffer van 264 liter én een neerklapbare achterbank vonden we dat trouwens ook een best bruikbare sportwagen… Maar zijn er dan geen nadelen?

Natuurlijk wel, want het blijft een coupé. Zo is er dus wel een achterbank maar daar kan je enkel (kleine) kinderen kwijt. De voorstoelen zijn trouwens ook niet zo eenvoudig te kantelen maar het moet gezegd: het zijn wel mooie sportkuipen. Ook de rest van de materialen zijn knapper dan in de Civic, al is de dashboardindeling en de technologie bijna ongewijzigd overgenomen. Begrijp ons niet verkeerd: over het gebruiksgemak van die fysieke draaiknoppen voor de klimaatregeling hoor je ons niet klagen maar het infotainmentschermpje is wel wat ouderwets van indeling, en die knoppen voor de aandrijflijn blijven verwarrend.
Minder dan 50.000 euro... net
Ook de prijs behoeft trouwens een woordje uitleg want op het eerste gezicht is die niet bepaald laag. Zo zeiden we in de intro al dat dit de enige sportcoupé van minder dan 50.000 euro is die in het afgelopen jaar gelanceerd werd en dat mag je letterlijk nemen: Honda vraagt 49.990 euro. Dat maakt ‘m trouwens nipt duurder dan zijn enige echte concurrent op dit moment — de BMW 2 Reeks Coupé — maar weet dat de 218i die je dan krijgt minder krachtig is dan de Prelude… En vooral véél minder goed uitgerust.

Voor die 49.990 euro krijg je deze Honda namelijk vrijwel full-option mee naar huis. Van lederen bekleding en 19-inchvelgen tot een Bose-audiosysteem en verwarmde voorzetels: alles zit erop. Bij BMW moet je daarentegen nog opties beginnen aanvinken terwijl de basisprijs van een 220i met dezelfde 184 pk als deze Prelude al 51.600 euro bedraagt. Kortom: wil je per sé een bruikbare en plezante sportcoupé, dan wordt het momenteel niet goedkoper dan deze Honda.
Conclusie
Rest alleen nog de vraag: moet je deze sportcoupé dan wel willen? Eigenlijk bestaat er bij ons geen twijfel: ja, dat moet je. Met zijn scherpere onderstel en zijn responsievere aandrijflijn is dit duidelijk méér dan gewoon een Civic Coupé, maar daar eindigt onze redenering allesbehalve. Naast een opvolger voor Honda’s eigen Prelude en CR-Z is dit namelijk ook het enige echte alternatief voor zij die pakweg de Audi TT, Peugeot RCZ of Toyota Celica missen. Deze Prelude is een ode aan alle vergane sportcoupés die misschien geen bloedstollende sensaties bieden, maar wel gewoon leuk zijn om te bezitten. Dat verdient niet alleen een dikke pluim van de redactie, dat verdient ook een momentje van jouw tijd wanneer je op zoek gaat naar een sportieve maar toch bruikbare auto… We geven het maar mee.

Reactie toevoegen
Je moet ingelogd zijn om reactie te plaatsen.
Inloggen