De Europese auto-industrie moet dringend in een nieuw jasje worden gestoken, maar volgens Toyota hoeft dat niet ten koste te gaan van zijn eigen concurrentiepositie. Terwijl Europa werkt aan nieuwe regels om de industrie te versterken en de uitstoot van nieuwe auto's te beperken, voelt Toyota dat niet EU-merken de dupe gaan worden. 's Werelds grootste autobouwer pleit dan ook voor een pragmatische aanpak. De Japanse constructeur wil daarom af van een strikt Europees productiebeleid en pleit voor een aanpak waarbij ook vertrouwde handelspartners meetellen. Want een auto-industrie die zichzelf te veel beperkingen oplegt, riskeert vooral zichzelf in de voet te schieten.
Niet alleen ‘Made in Europe’, maar ‘Made with Europe’
Toyota wil dat Europa zijn industriële basis versterkt, maar vindt dat daarvoor ook buiten de Europese Unie moet worden gekeken. Samen met het Verenigd Koninkrijk, Turkije en Japan vertegenwoordigt de Europese markt volgens het merk zo'n 31 miljoen voertuigen. Een schaal die nodig is om wereldwijd te kunnen concurreren. Toyota is dan ook geen voorstander van regels die uitsluitend rekening houden met auto's die binnen de EU worden geassembleerd.

Dat is niet helemaal onlogisch. Toyota is al meer dan zestig jaar actief in Europa en ontwerpt, ontwikkelt en bouwt hier auto's, motoren en hybridesystemen. Het Europese hoofdkwartier staat hier zelfs in Brussel! Daarbij werkt het samen met Europese leveranciers en investeert het in lokale kennis en werkgelegenheid. Volgens Yoshihiro Nakata, CEO van Toyota Motor Europe, is Toyota dan ook geen buitenstaander op het Europese continent, maar een volwaardige speler binnen de industrie.
Elektrisch rijden? Ja, maar niet tegen elke prijs
Concreet stelt Toyota voor om een beperkt aantal betrouwbare handelspartners, waaronder het VK, Turkije en Japan, onder bepaalde voorwaarden mee te laten tellen voor Europese productievereisten. Daarbij zou de Europese inhoud van voertuigen geleidelijk moeten stijgen tot 70 procent na drie jaar. Ook onderzoek, ontwikkeling en de uiteindelijke assemblage moeten meetellen. Toyota wil bovendien vermijden dat de nieuwe regels al vóór 2030 ingrijpende gevolgen hebben voor de sector. De constructeur vindt daarnaast een drempel van 70 procent voor de totale voertuigverkoop realistischer dan de voorgestelde 85 procent.

Ook op het vlak van CO₂-uitstoot vraagt Toyota om meer realisme. Het merk steunt de Europese klimaatdoelstellingen, maar vindt dat de regelgeving voldoende ruimte moet laten om rekening te houden met de daadwerkelijke vraag van klanten. Volgens Toyota zouden batterij-elektrische auto's tegen 2030 ongeveer 45 procent van de nieuwe autoverkoop kunnen vertegenwoordigen, terwijl de huidige regels volgens het merk een aandeel van meer dan 55 procent vereisen. Bij lichte bedrijfsvoertuigen is de kloof nog groter.

De boodschap van Toyota is duidelijk: Europa moet zijn klimaatambities niet opbergen, maar wel opletten dat het zichzelf niet uit de markt reguleert. Volgens Matt Harrison, Chief Corporate Officer van Toyota Motor Europe, verzwakt isolatie de Europese industrie. Samenwerken met betrouwbare partners en rekening houden met het tempo waarin klanten bereid zijn te veranderen, moet Europa net sterker maken. Toyota heeft hier natuurlijk geen onbelangrijk zegje, want we spreken hier tenslotte over 's werelds grootste autobouwer. Dat die mee aan tafel wil zitten om de beleidsvorming van Europa in goede banen te leiden klinkt als lobbywerk, maar misschien moet de EU toch even 5 minuten zitten en luisteren naar wat de Japanners te zeggen hebben...
Reactie toevoegen
Je moet ingelogd zijn om reactie te plaatsen.
Inloggen