De coupé krijgt namelijk gezelschap van een praktischer broertje onder dezelfde vlag: de Polestar 4 SUV, mét achterruit. Maar maakt die achterruit de wagen ook meteen praktischer, of is het toch vooral een stapje... achteruit? Tijd om dat uit te zoeken!
Vooraan een tweeling, opzij de eerste verschillen
Kijk je puur naar de neus, dan valt er geen verschil te bespeuren tussen de coupé en de SUV: beide zijn even lang, even breed en schelen amper twee centimeter in hoogte, al zijn die extra centimeters enkel te wijten aan de dakdragers. Ook onder de plaat delen ze dezelfde batterijen en motoren. Wie dus een compleet ander recept verwacht, komt bedrogen uit; de vernieuwing zit 'm elders.

Aan de flank duikt de eerste echte wijziging op. De aflopende coupélijn is helemaal verdwenen en maakt plaats voor een klassieke, rechte kofferklep, terwijl dakdragers over de volledige lengte meteen het praktische karakter benadrukken. Handig voor wie eindelijk die fiets, kajak of andere hobby uit de garage wil halen.
De achterklep die alles verandert
Het is pas achteraan dat alles verandert: de gesloten achterkant van de coupé ruimt plaats voor een klassieke, verticale achterklep met achterruit, ruitenwisser en een kleine dakspoiler. Polestar verwacht dan ook heel wat van deze versie: intern wordt de SUV naar voren geschoven als toekomstige bestseller binnen het volledige Polestar 4-gamma.

Niet de achterruit zelf is echter de sterkste troef, wel de extra laadruimte die daardoor ontstaat. De kofferinhoud groeit van 500 naar 530 liter onder de hoedenplank, en van 530 naar 655 liter als je tot aan het dak stapelt. Klap je de achterbank plat, dan loopt dat zelfs op tot 1.665 liter, exclusief de frunk van 15 liter vooraan. Wie liever aanhangt dan inlaadt: de achterwielaangedreven versie mag voortaan tot 2 ton trekken, en de dakdragers zelf houden tot 100 kilo aan bagage.
Vanbinnen vertrouwd, met een paar nieuwe trucjes
Binnenin valt vooral de terugkeer van de klassieke achteruitkijkspiegel op, al blijft de digitale camera-versie van de coupé gewoon als optie beschikbaar. Nieuw is het elektrochromatische glas, dat tot 99,5% van het UV-licht filtert en waarvan je via het scherm zelf kan instellen hoe het licht gebroken wordt.

Het infotainment blijft dan weer ongewijzigd ten opzichte van de coupé: een scherm van 10,2 inch achter het stuur en eentje van 15,4 inch voor de bediening, beide nog altijd op Android. Nieuw zijn wel een camp mode, vehicle-to-load en een uitgebreidere versie van Google Gemini als spraakassistent. Achterin zorgt de nieuwe vormgeving bovendien voor merkbaar meer hoofdruimte, al blijft dat natuurlijk de logische bijvangst van een rechte in plaats van een aflopende daklijn.
Niets nieuws onder de ... koets
Ook op vlak van aandrijving blijft alles bij het oude: net als de coupé krijgt de SUV een 400 volt-platform met een batterij van 100 kWh. De Rear Motor-versie levert 272 pk op de achteras en haalt daarmee 630 kilometer WLTP-rijbereik, terwijl de Dual Motor-versie met 544 pk op alle vier de wielen het houdt bij 600 kilometer. Die laatste is ook te combineren met een Performance-pakket, inclusief actieve dempers van ZF.

Laden kan bij alle versies aan 11 kW wisselstroom, optioneel op te trekken naar 22 kW, en snelladen gaat tot 200 kW gelijkstroom. Onder de motorkap dus geen verrassingen, enkel bovenop en achteraan. Is die nieuwe achterruit nu een stap vooruit voor de Polestar 4, of toch gewoon een geval van achteruit? Laat het gerust weten, wij hebben zelf nog geen definitief antwoord.

Reacties
door Wim Verboomen
Reactie toevoegen
Je moet ingelogd zijn om reactie te plaatsen.
Inloggen