Rijtest: MINI Clubman & Countryman John Cooper Works (2017)

Een heel aanbod aan gepeperde karretjes, dat is wat Mini bovenaan het gamma heeft zitten. Wij namen de break en de crossover mee voor een test.

De tijd dat Mini alleen maar een kleine hatchback aanbood is al lang voorbij. Sinds de overname door BMW is de Mini alleen maar gegroeid. Maar de ironie van de naam laat Mini koud, want het gamma is erg verscheiden, en dat is wat de klant wil.

Dan is zo'n John Cooper Works-afsplitsing helemaal geen slecht idee. John Cooper Works werd destijds opgericht door zijn zoon en later werd het geheel overgenomen door BMW. Een beetje zoals Audi met quattro deed en Mercedes met AMG.

mini's met wat extra

Zowel de Countryman als de Clubman zijn afgeleiden van de populaire Mini. De ene een kleine SUV of een grote crossover, de andere een eigenzinnige break. Beide voegen ze dus iets extra toe aan het recept van de Mini.

Onder de kap

John Cooper Works begon destijds met een kitje voor de eerste BMW-Mini, eentje met 126 pk. Tegenwoordg bouwen de ingenieurs een 2.0 turbo in met 231 pk. Niet het grote geweld dat je bij andere merken ziet, maar het onderstreept het speelse karakter van een wagen die het van het kartgevoel moet hebben. 350 Nm aan koppel is ook plezant in deze karretjes, die zich bovenin het Mini-gamma nestelen.

speelse baasjes

Hoewel ze beiden anders zijn opgezet, hebben deze twee grote Mini's toch allebei het speelse karakter van hun kleine broer overgeërfd. Vooral in het geval van de Countryman JCW is dat geen sinecure want een speels rijgedrag combineren met een hogere bouw is geen lachertje. Toch blijkt dat hij het er goed van af brengt, zowel op de gewone wegen als in de bochten. Vooral in de bochten. Waar de Clubman dankzij de langere wielbasis dan de Mini Hatch wat meer comfort en stabiliteit biedt, gaat de Countryman je vooroordelen rond overhangen in de bochten van de tafel vegen. Countryman en Clubman delen dezelfde wielbasis, die een kleine 20 centimeter langer is dan bij de Mini Hatch.

twee werelden

Over inladen aan de supermarkt gaan we het hier niet hebben, want je bent sneller op en af om nog een extra pak corn flakes te halen dan dat je alles in je kofferruimte puzzelt. Beiden vormen echter op hun eigen manier een verlengstuk aan het Mini JCW-verhaal vanwege hun verschillende hoogte.

Bij Mini zijn ze niet vies om flink wat geld te vragen voor de JCW-versies. Wil je 231 pk op je inschrijvingspapier hebben staan, dan betaal je daarvoor 37.600 euro in het geval van de Clubman en 39.450 euro in het geval van de Countryman. Nu zijn de Duitsers ook niet vies van een flink bedrag, maar de Golf GTI die tegenwoordig 230 pk krijgt kost je 31.800 euro. Da's dan 6.000 euro waar je al iets anders mee kan gaan doen. En dan ben je bij Mini nog niet eens in de optielijst gedoken. Goed, misschien zijn we hier appelen met peren aan het vergelijken. Een Tiguan TSI 220 pk kost 43.480 euro, een Golf GTI in breakformaat bestaat dan weer niet.

conclusie

De twee Mini's die we voor de voeten geschoven kregen profileren zich als die kleine speelvogels die het leven vrolijker willen maken. In een wereld waarin het vermogen almaar hoger wordt, blijft Mini de Suzuki Swift Sport in haar respectieve segment spelen. Alleen kan hij het prijskaartje dat eraan hangt niet helemaal verantwoorden.

Laatst gepubliceerd

Reacties

Uw reactie

Autosalon Brussel 2019 praktische informatie

Recente reacties

Laatste rijtesten

Alle rijtesten

Laatste reportages

Alle reportages

Laatste nieuws

Alle nieuws