1-2-4-5-3. Neen, ook na vijftig jaar kan de vijfcilinder van Audi nog altijd niet tellen. Maar de bijzondere ontstekingsvolgorde en het oneven aantal cilinders zorgen wel nog altijd voor kippenvel bij wij benzine door de aderen heeft stromen.
Audi 100
Audi wilde met de tweede generatie 100 immers in een hogere klasse gaan meespelen. Maar daarvoor had het merk met de vier ringen een meer charismatische motor nodig dan de viercilinders die in de meeste modellen van de Volkswagengroep werden gelepeld. Stonden op de lijst: een vijfcilinder en een zescilinder.

De zescilinder viel af omdat hij te veel ruimte innam en de gewichtsverdeling verstoorde. Wie was dan de winnaar? Een vijfcilinder in lijn met 136 pk die “zescilinderprestaties en viercilinderzuinigheid” moest leveren.
Oer Quattro
De meest legendarische vijfcilinder is misschien wel de Oer-Quattro uit 1980. Dankzij turbodruk, intercooler en permanente quattro-aandrijving maakte de vijfcilinder definitief zijn intrede in de autosportwereld

Ook in het knotsgekke Groep B Rally gooide de Quattro hoge ogen. Audi merkte al snel dat die turbo onder de motorkap en een Scandinaviër achter het stuur een uitstekende combinatie was op grindwegen. Zo won de Fin Hannu Mikkola de rijderstitel in 1983, de Zweed Stig Blomqvist deed dat een jaar later vlotjes over.
Innovatie in twee richtingen
Ook na zijn afscheid van Groep B en het WK Rally bleef de vijfcilinder actief in de racerij. In 1987 won Walter Röhrl bijvoorbeeld de heuvelklimrace op Pikes Peak (VS) met de Audi Sport quattro S1 (E2), een racebolide met een piekvermogen van 598 pk. Al liet Audi in tussentijd zijn oog ook vallen op een andere technologie.

Op het autosalon van Frankfurt in 1989 presenteerde het merk met de vier ringen immers zijn nieuwste 100 TDI. Dat gegeven op zich is niet nieuw. Zijn eerste vijfcilinder diesel bouwde Audi al in 1978. Maar dit exemplaar was van een heel ander niveau. De nieuwste Audi 100 kreeg immers turbodiesel met directe injectie en volledig elektronische motorsturing uit een 120 pk sterke 2.5 liter.
Audi RS2 Avant
Als de Oer-Quattro de superheld was, dan was de RS2 Avant zijn sidekick. Het tweede succesnummer. De ster van de show was natuurlijk de legendarische 2.2-liter vijfcilinder turbomotor, een blok dat met zijn karakteristieke roffel en 315 pk toen al mythisch aanvoelde.

De RS2 was de grondlegger voor een compleet nieuw segment: beukende breaks voor de Duitse Autobahn… waar je net zo goed mee naar de lokale supermarkt kon en daarmee stamvader van onder meer de RS4 en de RS6.
Verjaardag in mineur
Eind jaren ’90 verdween de vijfcilinder immers van het toneel bij Audi. Tot in 2009! Want zoals elke legendarische rockgroep, maakte ook de vijfcilinder een comeback. Eerst in de neus van de TT RS, later volgden nog de RS3 en RS Q3, terwijl ook Cupra zich momenteel van de beroemde motor bedient. En zelfs buiten de grenzen van de Volkswagengroep heeft de 2.5 liter succes in circuitspeeltjes als de KTM X-Box en Donkervoort D8.

De vijftigste verjaardag van de vijfcilinder is er echter één in mineur. De strengere Euro 7 emissienormen lijken immers een einde te maken aan de verbrandingsmotor met misschien wel het meest charismatische geluid van het moment. Technisch is die overstap wel mogelijk, maar zoals het spreekwoord gaat is “het sop de kolen niet waard”. Welke beroemde Audi ga jij altijd associëren met de vijfcilinder?
Reactie toevoegen
Je moet ingelogd zijn om reactie te plaatsen.
Inloggen