Rijtest

Eerste test: DS N°7 - sterke(re) ambities (2026)

DS vernieuwt zijn paradepaardje met een grotere, ruimere en resoluut elektrische SUV. De N°7 belooft tot 740 km actieradius en een premium ervaring. Belofte gehouden?

Wat is dit?

De DS N°7 is de tweede generatie van de SUV die in z'n eentje goed is voor de helft van de merkverkoop. Hij is 7 cm langer geworden en deelt, net als de Jeep Compass, Peugeot 3008 en Opel Grandland, het STLA Medium-platform van Stellantis. Er is keuze uit een hybride of drie elektrische versies.

Wie volhoudt, wint... bijna. Bij DS Automobiles droomde men van twee dingen: een premiummerk neerzetten, én er een publiek voor vinden. Over dat eerste blijven er twijfels, maar de DS 7 is zeker geslaagd in dat tweede punt. De DS 7 draagt in z'n eentje de helft van de merkverkoop. Reden genoeg voor een ambitieuze update.

Een nieuw hoofdstuk

De DS N°7 - met die "numéro" nu voluit gespeld - doet niet gewoon aan een groeispurt. Met 7 cm extra lengte (goed voor 4,66 m) en een 5 cm langere wielbasis oogt hij aanzienlijk slanker dan zijn voorganger. De flanken zijn bijna volledig glad, de daklijn loopt vloeiend door en het geheel straalt een stilistische volwassenheid uit die nieuw is voor het merk.

Image
First drive : DS N°7 (2026)

Vooraan neemt de N°7 de codes van de N°8 over: een gesloten en verlichte grille op de hogere afwerkingen, geflankeerd door verticale lichtsignaturen die zich identiek herhalen achteraan. Die lamellen zijn niet alleen esthetisch, ze dragen ook bij aan een betere aerodynamica.

Daar zijn de besparingen...

Binnenin deelt de N°7 het volledige interieur met de N°8. Zelfde hoog en horizontaal dashboard, zelfde slanke, fijne middenconsole, zelfde decoratieve inlegwerk op het dashboard dat doorloopt in de portierpanelen. De afwerking zet in op echt notenhout, geborsteld aluminium, gedraaid metaal en, naargelang de uitvoering, alcantara of nappaleer. Op het eerste gezicht is het resultaat geslaagd.

Image
First drive : DS N°7 (2026)

Bij een tweede blik barst het vernislaagje. Die mooie oppervlaktematerialen (leder op de zetels, kunstleder op de portieren en console) rusten op goedkoop plastic dat hol klinkt. Stellantis lijkt structureel niet in staat weerstand te bieden aan schaalvoordelen, zelfs niet op zijn meest ambitieuze model. Jammer, want de intentie is er wel degelijk.

Op het vlak van ruimte is de balans dan weer gunstiger. De langere wielbasis komt rechtstreeks de achterpassagiers ten goede, en de koffer wint 5 liter om uit te komen op 560 liter, een volume dat gelijk blijft ongeacht de motorisering.

Wisselende ambities

Het motorenaanbod bestrijkt een vrij breed spectrum. Het instapmodel Hybrid 145 combineert een 1,2 liter turbo driecilinder met een 48V-elektromotor van 28 pk via een 6-trapsdubbelkoppelingsbak. Die aandrijflijn, gedeeld met vrijwel het hele groepsgamma, heeft het hier lastig: 145 pk om een SUV van dit formaat vooruit te duwen levert een 0-100 km/u op van 10,4 seconden. Dat is moeizaam. Bovendien laat deze versie de onafhankelijke achteras vallen voor een klassieke dwarsbalk, een lastig te verteren concessie voor een model met premiumpretenties.

Image
First drive : DS N°7 (2026)

De elektrische versies overtuigen op papier een stuk meer. De E-Tense FWD levert 230 pk met een batterij van 73,7 kWh, goed voor 543 km actieradius. De Long Range trekt het vermogen op naar 245 pk met een batterij van 97,2 kWh, voor een aangekondigde autonomie van 739 km. De AWD-versie ten slotte voegt een motor op de achteras toe voor 350 pk en 679 km actieradius. Snelladen piekt op 160 kW, goed voor een sprong van 20 naar 80% in 27 minuten. Een correcte waarde, maar eentje die de concurrentie inmiddels moeiteloos overtreft.

Koninklijk comfort, prinselijke range

DS stond altijd al synoniem voor comfort, en de N°7 tilt het niveau nog wat hoger. Uitgerust met de Active Scan-vering glijdt de topversie elektrisch met opmerkelijke sereniteit over het asfalt. Het gelaagde glas voor én achter zorgt voor een verzorgde geluidsisolatie. Eenmaal achter het stuur snap je meteen waarom het merk hier zo op inzet.

Image
First drive : DS N°7 (2026)

Op een bochtige weg valt de verrassing mee: de elektrische N°7 blijkt alerter dan verwacht. De Hybrid 145 overtuigt daarentegen veel minder. De simpelere achterophanging laat zich voelen in de bochten, en de driecilinder heeft het moeilijk, zowel qua geluid als qua pure prestaties.

Wat de verbruikscijfers betreft... Onze test met de mild-hybride leverde een gemiddelde op van 7,8 l/100 km, ver van de beloofde 5,3 l/100 km. Aan elektrische kant is het verhaal gelijkaardig: de aangekondigde autonomie van 739 km lijkt meer een theoretische hypothese dan een concrete belofte — ons testmodel gaf bij 97% lading amper 460 km aan.

Een prijslijst die snel klimt

DS positioneert zich resoluut op het premiumsegment, en de prijzen bevestigen dat. De Hybrid 145 staat in België genoteerd voor 40.900 euro. De E-Tense FWD start bij 49.900 euro, de Long Range bij 55.900 euro. De AWD-versie, voorbehouden aan de hoogste afwerking, piekt op 69.400 euro. Vergeleken met zijn neefjes van Peugeot, Opel of Jeep op hetzelfde platform, betaal je tussen 5.000 en 10.000 euro "DS-taks".

Image
First drive : DS N°7 (2026)

Conclusie

De DS N°7 boekt vooruitgang op de punten die tellen: hij is groter, ruimer, comfortabeler en biedt een coherent elektrisch gamma. Maar hij loopt nog altijd tegen hetzelfde obstakel aan: die tegenstelling tussen de uitgesproken premiumambities en een uitvoering die de budgettaire compromissen van Stellantis laat doorschemeren. Rijper dan zijn voorganger, maar nog niet helemaal de wagen die hij beweert te zijn. Maar wie volhoudt...

 

Reactie toevoegen

Je moet ingelogd zijn om reactie te plaatsen.

Inloggen