Aangezien een Belgische regering een beslissing laten nemen veelal langer duurt dan een eeuwige twijfelaar een gerecht te laten kiezen op een menu van 45 bladzijden, zijn wij al gaan kijken welke opties in het buitenland overwogen worden. Welke zie jij graag naar België komen?
Lagere belasting aan de pomp
De overheid verdient geld aan onze tankbeurt in de vorm van accijnzen en BTW. In sommige landen, zoals Italië, Spanje of Duitsland, werden deze belastingen al tijdelijk verlaagd. Maar het kan nog straffer: In Malta wordt de brandstofprijs rechtstreeks door de overheid gecontroleerd, waardoor benzine daar stabiel rond 1,34 euro per liter blijft, zelfs in deze crisistijden.

Het grote voordeel aan deze ingreep is natuurlijk dat je de financiële pil minder groot maakt. Langs de andere kant help je wel zowel de rijkere als de armere automobilisten, waarbij je je zou kunnen afvragen of die laatste groep niet net extra steun nodig heeft, terwijl de eerste de crisis zou kunnen “uitzweten”. Bovendien heb je in een land als België, waar het water altijd aan de financiële lippen staat, altijd de kwestie waar je het geld voor zo’n maatregel haalt.
Subsidie voor (sommige?) automobilisten
De prijs aan de pomp kan omlaag, maar je kan ook de automobilisten een duwtje in de rug geven. Zo plannen onze Noorderburen een hogere reiskostenvergoedingen voor werknemers en een halvering van de motorrijtuigenbelasting voor 'grijze kentekens', bestelwagens en vrachtwagens die voor professioneel vervoer gebruikt worden.

Ook in België ligt een hogere kilometervergoeding voor het woon-werkverkeer op de onderhandelingstafel. Maar net als in het vorige puntje is het de vraag wie je exact wil steunen: iedereen die naar kantoor trekt – en dus ook zij die thuis zouden kunnen werken – of enkel zij die hun auto echt nodig hebben, zoals bijvoorbeeld thuisverplegers.
Zoals in 1973: het verbruik drukken
Dit is natuurlijk niet de eerste oliecrisis die we in Europa meemaken. In 1973 verhoogden de olieproducerende landen hun prijzen bijvoorbeeld met zo’n 70%, genoeg om in Europa de alarmbellen te doen afgaan. En dat zorgde voor een hele reeks originele maatregelen. Tijdens de oliecrisis van ’73 waren er bijvoorbeeld zes autoloze zondagen in België. Want als je minder verbruikt, daalt de prijs. Een andere manier om het verbruik te doen dalen, was door de maximumsnelheid op de autosnelwegen naar beneden te halen, wat ze vandaag bijvoorbeeld in het Verenigd Koninkrijk overwegen.

Ondertussen wordt er vanuit Europa opgeroepen tot gelijkaardige maatregelen: thuiswerk promoten en vaker het openbaar vervoer nemen: het zijn maar enkele van de maatregelen die de Europese Commissie suggereert.
EV’s stimuleren
Minder afhankelijk benzine en diesel verbruiken kan uiteraard, in tegenstelling tot in 1973, ook door elektrisch te gaan rijden. EV’s stimuleren, dan maar? Dat kan via lagere accijnzen voor elektriciteit, maar ook sociale leasing van EV’s, iets wat ze al in Frankrijk doen of een EV-premie. In Nederland krijgt wie een Euro1 tot Euro4 auto laat slopen bijvoorbeeld een subsidie voor een tweedehands EV.

Dat EV’s in het licht van de oliecrisis ineens aantrekkelijker worden, hebben ze trouwens ook al op de tweedehandsmarkt en in de sector van de private leasing ontdekt. Hebben we een oliecrisis nodig om ons wagenpark definitief onder stroom te zetten?
Er zijn met andere woorden heel wat maatregelen die de bittere financiële pil van de oliecrisis zouden kunnen verzachten. Welke zou jij aanraden aan de overheid? Laat het ons weten in de comments!
Reactie toevoegen
Je moet ingelogd zijn om reactie te plaatsen.
Inloggen