Een nieuw jaar, een nieuwe lichting oldtimers… Of toch bijna, want je moet nog een maandje wachten om de champi te ontkurken. Dan kan je echter meteen ook op zoek gaan naar nieuw moois om je O-plaat op te kleven, te beginnen met deze tien kersverse dertigers!
Wil je een auto inschrijven als oldtimer in ons land, dan geldt er eigenlijk maar één vereiste. Zo moeten er minstens 30 levensjaren zitten tussen zijn allereerste inschrijving en de dag waarop je er een O-plaat aan wil hangen. 30 jaar klinkt dus als een best lange tijd… tot je ziet welke auto’s er dit jaar al die leeftijd bereiken.
Audi A3

Want geeft maar toe: als je een Audi A3 van de eerste generatie ziet rijden, zou je daar niet meteen de term “oldtimer” op kleven. Toch mag je dat vanaf volgend jaar doen want in 1996 rolden de eerste A3’s van de band. Intussen zijn we dus 30 jaar en vier generaties verder maar wil je zo’n A3 van de eerste generatie, dan kost een degelijk exemplaar je maar een paar duizend euro… Of je wacht even tot de sportieve S3 oldtimer wordt, maar die kwam pas drie jaar later op de markt.
Citroën Berlingo

Terwijl Audi in 1996 voor het eerst de A3-naam gebruikte, gebeurde in Frankrijk hetzelfde met een compleet ander soort auto. Toen kwam de allereerste Citroën Berlingo namelijk op de markt en dat was ook nog eens de allereerste ludospace ooit. In 2026 viert één van de handigste carrosserievormen dus zijn 30ste verjaardag al gebeurt dat enigszins in mineur, want het compacte personenbusje wordt steeds meer uit de markt geconcurreerd door de SUV. Wil je toch per sé een oude Berlingo, dan ben je ook in dit geval zelden meer dan 2.000 euro kwijt.
Jaguar XK8

We vergeven het je als je zo’n Audi A3 of Citroën Berlingo niet meteen in je verwarmde garage ziet staan, tijd dus voor iets helemaal anders. Wat dacht je bijvoorbeeld van een Jaguar-coupé met wat hints naar de iconische E-Type? Jawel: de XK8 wordt straks officieel oldtimer. Zoals de naam al doet vermoeden was die er enkel met heerlijke V8-motoren, in het geval van de vroegste exemplaren een 4.0-literblok met 284 pk. Dat is dus wel eens een plezierritje waard en kijk je even rond, dan vind je al XK8-en vanaf zo’n 10.000 euro. Wie durft?
Lotus Elise

Zo’n Jaguar is echter een luxueuze GT maar wil je een rasechte sportwagen, dan moet je bij landgenoot Lotus zijn. Tegenwoordig maken zij vooral machtige EV’s maar 30 jaar geleden draaide alles er nog om lichtheid. Daardoor weegt de eerste generatie Lotus Elise die in 1996 op de markt kwam maar zo’n 750 kilogram. De 122 pk van het vroege 1.8-literblok is dus meer dan voldoende om wat lol te trappen. Die lol haal je in huis vanaf zo’n 20.000 euro, al spaar je misschien beter door tot de 30.000 als je een echt goeie wil.
Mercedes SLK

Zo diep hoef je niet in de buidel te tasten voor deze kersverse oldtimer en die krijgt bovendien een ster op z’n neus. In 1996 gaf Mercedes namelijk het startschot voor een compacter alternatief voor de SL: de SLK. Toch was de roadster eigenlijk meer dan een klein broertje want je kijkt hier naar de eerste Mercedes-cabrio ooit met een stalen vouwdak. Daardoor is de SLK bruikbaar in alle weersomstandigheden en zijn motoren zijn ook relatief modern. Op zescilinders of zelfs een AMG-versie was het wel wachten tot de facelift in 2000 maar daardoor zijn vooral vroege SLK’s betaalbaar. Voor 5.000 à 6.000 euro heb je een mooi exemplaar.
Porsche Boxster

Heb je echter meer voor je Duitse oldtimer-cabrio over dan dat, dan kan je ook een Porsche Boxster kopen. Zo is het in 2026 30 jaar geleden dat daar de eerste generatie van op de markt kwam, compleet met centraal gemonteerde 2.5-liter boxer-zescilinder. Het resultaat was een mooie 204 pk en doorheen zijn vier generaties steeg dat vermogen tot zelfs 500 pk voor de Spyder RS-versie. Tegelijk kwam er in zijn recentste vorm ook een 2.0-liter viercilindertje en de kans is groot dat de aankomende Boxster zelfs elektrisch wordt. Reden temeer om nog snel zo’n klassiek exemplaar te zoeken dus, en die vind je vanaf 15.000 euro.
Renault Scénic

Van zo’n Boxster kan je gezin echter niet meegenieten, net als van zo’n SLK of Elise. Daarvoor moet je bij Renault zijn, al is genieten misschien niet meteen de juiste term voor een Scénic. Ook die naam verscheen voor het eerst in 1996 op een gezinsvriendelijker broertje voor de Mégane. 30 jaar na datum bestaat de naam nog steeds maar nu kleeft die wel achterop een elektrische crossover. Maakt dat zo’n eerste generatie Scénic er alleen maar aantrekkelijker op? Waarschijnlijk niet, want je vindt ze al vanaf 1.000 euro.
Skoda Octavia

Ook onze volgende inzending vermelden we vooral omdat het ons zo sterk verbaast dat hij 30 jaar oud is. In 1996 kwam namelijk de eerste generatie Skoda Octavia op de markt dus vind je een vroeg exemplaar, dan kan je die handige berline en break gewoon met een O-plaat rijden. Vermoedelijk valt zoiets echter niet onder liefhebberij maar eerder onder belastingontduiking, want veel plezier ga je niet beleven. De RS-versie van de Octavia kwam namelijk pas in 2000 op de markt dus wij zouden daarop wachten. Zonder RS-logo betaal je voor zo’n vroege Octavia daarentegen zijn schrootwaarde.
Volvo C70

Ook de Volvo V70 verscheen trouwens voor het eerst in 1996 maar we gaan je niet nog een doodnormale dertiger voorschotelen. Daarom zouden we je aanraden om het elegantere broertje van de V70 op te zoeken: de C70. Diens productie kwam wel pas eind 1996 op gang maar vind je er eentje, dan krijg je een verrassend knappe auto in ruil. Zo doet zijn achterpartij door designer Ian Callum denken aan bepaalde Jaguars van die tijd terwijl elke C70 over een heerlijke vijfcilindermotor beschikte. Je vindt de coupé al vanaf zo’n 5.000 euro maar voor de cabriolet moet je wel eens het dubbele over hebben.
Ferrari 550 Maranello

Die bedragen zijn echter spreekwoordelijke borrelnootjes in vergelijking met de prijs van onze laatste nieuwe oldtimer. Die heeft een steigerend paard op z’n front en ‘Maranello’ op z’n kont. In 1996 kwam de Ferrari 550 namelijk op de markt, een aalgladde 90’s-GT met een 5.5-liter V12-motor onder de kap. Die stuurde 485 pk naar de achterwielen langs een achterin gemonteerde versnellingsbak, kwestie van het gewicht in balans te houden. Ferrari bouwde maar zo’n 3.000 exemplaren van de 550 Maranello dus eentje vinden is geen sinecure. Lukt het je wel, maak je dan klaar om minstens 150.000 euro over te schrijven.
Op welk van deze 30 jaar oude auto’s zou jij volgend jaar je O-plaat willen kleven? Laat het ons weten in de comments!
Reactie toevoegen
Je moet ingelogd zijn om reactie te plaatsen.
Inloggen