Dacia heeft een nieuw topmodel, en dat merk je meteen al aan zijn naam. De Bigster is namelijk het grote broertje van de Duster en daarmee de grootste Dacia ooit. Combineer hem echter met zijn nieuwe hybride aandrijflijn en hij pronkt met een bijna on-Daciaans prijskaartje… Of deze Bigster Hybrid dat waard is? Wij deden de test!
Pros
- Verfijnde uitstraling
- Veel ruimte binnenin
- Verrassend zuinig als Hybrid
Cons
- Geen zevenzitter
- Nog steeds niet de soepelste aandrijflijn
- Goh, euh...
Wat is dit?
Dit is de grootste en duurste Dacia ooit en we weten het: dat klinkt in combinatie met die merknaam best tegenstrijdig. Toch is de Bigster nu al een schot in de roos want in de eerste helft van dit jaar — zijn eerste verkoopsjaar nota bene — gingen er al 17.000 exemplaren over de toonbank. Dat zijn er meer dan Dacia zelf had verwacht, dus wat maakt de Bigster dan zo aantrekkelijk voor de Europeaan?
Duster + 23 centimeter
Aan zijn design zou het alvast niet mogen liggen want wil je een stoere Dacia-SUV, dan kan je evengoed een Duster kopen. Daar leent de Bigster namelijk het gros van zijn carrosseriedelen van, of toch tot en met de voorportieren. Alles daarachter is echter net een beetje uitgerokken zodat je een grotere wielbasis en meer overhang achter de achteras krijgt, en het resultaat is een C-segment SUV van 4,57 meter lang. Dat maakt hem, ter vergelijking, 23 centimeter langer dan een Duster en zelfs groter dan een Volkswagen Tiguan!

Die extra lengte is gelukkig niet het enige verschil tussen Bigster en Duster want het zit ‘m ook in de details. Zo is de voorbumper een stukje minder ruig terwijl de grotere SUV ook wat minder hardwerend zwart plastic op zijn zijvleugels smeert. In de plaats daarvan pronkt er achteraan de zijruiten een bijna chic plaatje met de modelnaam erop en dankzij die scheidingslijn kan je de Bigster zowaar bestellen met een contrasterend zwart dak. Voeg daar een setje 19-inchvelgen aan toe en je krijgt een Dacia die met enige voorsprong verfijnder is dan ooit.
Meer motor- en batterij-inhoud
Dat geldt ook onderhuids, of toch indien je de Bigster als Hybrid bestelt. Doe je dat namelijk met een Duster, dan krijg je de combinatie van een 1.6-liter benzinemotor, een elektromotor en een automaat met klauwkoppelingen die bekend is om alle verkeerde redenen. Die aandrijflijn maakt namelijk flink wat kabaal, heeft schakelmomenten die langer duren dan de gemiddelde koffiepauze en verbruikt als je niet voorzichtig bent gewoon net zoveel als een benzinemotor zonder elektrohulp. Deze Bigster Hybrid gooit het echter over een andere boeg en dat dankzij een paar best simpele aanpassingen.

Om te beginnen baseert de Bigster zijn hybride aandrijflijn niet op die oude 1.6-litermotor maar op een 1.8-litermotor. Daarnaast groeit de accu ook een slagje van 1,2 naar 1,4 kWh maar veel meer dan dat is er niet anders. Zo wordt het samenspel tussen verbrandings- en elektromotor ook hier bepaald door die controversiële automaat met klauwkoppelingen en aan de elektromotor zelf verandert er eveneens niks. Die produceert nog steeds 49 pk en voeg je daar de 107 pk van de benzinemotor aan toe, dan piekt het vermogen van de Bigster Hybrid op 156 pk.
Groter en toch zuiniger
Daarmee is hij dus welgeteld 14 pk’s krachtiger dan de Bigster Hybrid maar dat extra vermogen is allesbehalve het grootste voordeel van deze nieuwe aandrijflijn. Ondanks het feit dat het meest storende onderdeel — die trage versnellingsbak — namelijk behouden blijft, zorgen de sterkere verbrandingsmotor en de grotere accu ervoor dat die minder van zich laat horen. Zo moet de motor minder toeren maken om te versnellen waardoor er minder geschakeld moet worden en je minder motorgeluid krijgt in de cabine. Tegelijk kan de Bigster Hybrid net iets langer en vaker elektrisch rijden wat alweer zorgt voor extra souplesse en stilte.

Begrijp ons echter niet verkeerd: die aanpassingen maken deze hybride aandrijflijn allesbehalve perfect. Zo voel je hier en daar nog steeds te veel aarzeling in het samenspel tussen beide motoren, maar het is allemaal een stuk minder storend dan voorheen. Vooral bij rustig rijgedrag beschik je gewoon over een aangename aandrijflijn die bovendien ook nog eens zuiniger is geworden dan voorheen. Geloof het of niet, maar wij strandden na een week aan gevarieerde testritten op een gemiddelde van 5,5 l/100 km… terwijl we met de nochtans lichtere Duster Hybrid op 5,8 l/100 km uitkwamen!
Maar wààrom geen zevenzitter?
Dan hebben we het echter nog niet over het voor de hand liggende voordeel ten opzichte een Duster gehad: de binnenruimte. De basis-Bigster biedt namelijk maar liefst 667 liter kofferruimte achterin terwijl de Duster het houdt bij 472 liter. Let wel: als Hybrid krijgt de Bigster wat extra elektronica onder de vloer maar met 546 liter blijft ook zijn koffer meer dan groot genoeg. Die koffer is zelfs zo groot dat we betreuren dat Dacia geen zevenzits versie van de Bigster aanbiedt… Maar in ruil krijg je op de achterbank wel 4 centimeter extra beenruimte en 2 centimeter extra hoofdruimte — tenzij je het optionele panoramadak kiest.

Dat panoramadak is trouwens een optie die je op de Duster niet kan krijgen, en zo zijn er nog zaken. De Bigster is bijvoorbeeld de eerste Dacia ooit met adaptieve cruisecontrol terwijl je ook elektrisch verstelbare voorzetels en een elektrisch bediende achterklep kan bestellen. Daarnaast is het gros van het dashboard gewoon afkomstig uit een Duster maar krijgt de Bigster Hybrid dankzij z’n automaatpookje een hogere middenconsole met meer opbergruimte en een draadloze smartphonelader erin… Dus wie zei dat een Dacia een kale auto was?
30.000 euro… voor een Dacia?
Ook bij Dacia krijg je al die zaken natuurlijk niet voor niks mee want we zeiden het al: de Bigster is naast de grootste ook de duurste Dacia ooit. Zo beginnen zijn prijzen aan 24.490 euro maar moet het een Hybrid zoals ons testexemplaar zijn, dan betaal je minstens 29.490 euro. Met een beetje uitrusting op zak gaat je Bigster dus al snel boven de 30.000 euro en dat klinkt natuurlijk duur voor een Dacia. Dat is echter allesbehalve duur voor wat je krijgt.

Dat maakt de Bigster Hybrid een dikke 1.000 euro goedkoper dan een Renault Symbioz Hybrid met dezelfde aandrijflijn, 7.500 euro goedkoper dan een KGM Torres Hybrid en zelfs bijna 10.000 euro goedkoper dan een Toyota Corolla Cross Hybrid. We zouden zelfs zover durven gaan als te stellen dat 30.000 euro geen geld is voor een auto van het kaliber van deze Bigster Hybrid want geen enkele andere ruime, knappe gezins-SUV met een volwaardige hybride aandrijflijn komt zelfs maar in de buurt van de prijs-kwaliteitsverhouding van deze Dacia — Chinezen incluis.
Conclusie
De Bigster mag dan vooral als Hybrid de duurste Dacia ooit zijn, dat betekent niet dat hij de kernwaarden van het merk uit het oog verloren is. Zo is hij ronduit goedkoop als je ‘m vergelijkt met concurrenten, en dat terwijl je amper ooit het gevoel hebt dat je compromissen aan het sluiten bent om minder te moeten betalen. De Bigster is knap om naar te kijken, gemakkelijk om mee te leven, betaalbaar om te kopen en eindelijk echt zuinig als hybride… Dus iémand, help ons alsjeblieft om de drie minpunten bovenaan dit artikel gevuld te krijgen.
Reacties
door Waxweazel80 .
Reactie toevoegen
Je moet ingelogd zijn om reactie te plaatsen.
Inloggen